Thursday, December 07, 2006

TROUW Letter & Geest, zat. 2 dec. 2006

door Peter de Boer


Rien Vroegindeweij maakt eenvoudige gedichten over herkenbare zaken. Over Rotterdam, wachten voor het stoplicht, een crematie, de tandarts. Maar banaal is zijn poëzie niet.
In een van de gedichten uit ’Gemengde berichten’ schrijft Rien Vroegindeweij zichzelf een ’tik van de taal’ toe. Daarmee zegt hij weinig nieuws, want elke serieuze dichter is een obsessieve taalgek. Wijlen Hendrik van Teylingen sprak in dit verband van zijn ’dichtspier’, en de ouden van hun ’dichtader’. Dichters zijn net mensen, echter met één gek orgaantje erbij dat ze dwangmatig tot het schrijven van gedichten aanzet.
Het bijzondere van Vroegindeweij’s omschrijving is echter dat zelfs een poëtische analfabeet er nog de onderliggende uitdrukking ’een tik van de molen’ in herkent en zo op het juiste betekenisspoor wordt gezet. Met één simpele handgreep – ’molen’ eruit, ’taal’ erin – bereikt de dichter zo een poëtisch effect dat in potentie door vrijwel iedereen begrepen of nagevoeld kan worden.
En dat is precies waar zijn poëzie, ook in deze nieuwe bundel, telkens op mikt: eenvoud, verstaanbaarheid, communicatie, maar zó dat het ’eenvoudige’ gedicht voldoende poëtische lading krijgt om bestaansrecht te hebben. De praattoon en het veelvuldig gebruik van monologen en spreektaal sluiten hier nauw op aan. Zo houdt in ’Afdeling Martha’ een door een beroerte getroffen man de moed erin door te blijven hopen ’op de goede afloop ik denk nog een week / of twee drie misschien ik loop alweer / van hier naar daar ik ga mijn gang tot dan’. Simpel, spreektalig en doeltreffend, vooral ook door die dubbelzinnige slotregel.
Waar brengen deze gemengde berichten ons zoal? Bij een crematorium bijvoorbeeld (’Wij zijn bijeen voor wie ontbreekt’), of bij een man die hele gesprekken voert met de foto’s van zijn overleden vrouw: ,,Maar als ik vraag en antwoord geef / is het een gesprek. Dat breekt de dag.’’ Bij ontroerende alledaagsheden, kortom, die heel herkenbaar zijn maar waarvoor je niet eens zo makkelijk de woorden vindt.
En vandaar verplaatst de dichter zich opeens naar de Kunsthal van Rem Koolhaas, waarvan het architectonisch ’concept’ door kenners overvloedig is gelauwerd, terwijl oudere bezoekers er intussen over talloze drempels en trappen hun benen breken. Droog commentaar van Vroegindeweij: ,,de kans dat je er als invalide uitkomt / is vele male groter / dan dat je er als invalide inkomt’’.
Maar zo gemengd is deze bundel niet eens. De tweede afdeling, ’Rotterdamse elegie’, is een tragikomische achtdelige monoloog over Rotterdam, waar de dichter sinds 1962 onafgebroken woont. Een ’bikkelharde stad ja / met z’n havens, z’n rechtdoorzee’ en met ’al die doden in de chemische gemeente’, waaraan hij niettemin (’wel gelachen altijd’) zijn hart heeft verpand.
De derde afdeling is een nogal gedragen evocatie van de watersnoodramp uit 1953, gezien door de niet-begrijpende ogen van een jongetje van een jaar of acht, waarin Vroegindeweij zijn eigen jeugdervaringen (hij woonde ten tijde van de ramp met zijn ouders op Goeree Overflakkee) ook zeker zal hebben verwerkt. In de laatste afdeling wordt op datzelfde landschap van zijn jeugd nog eens vanuit het heden teruggekeken.
Al met al dus een vrij samenhangende bundel, met gedichten die zelden groots of vernieuwend zijn, maar ook nooit naar een bedenkelijk niveau afzakken. Bij alle, ook emotionele herkenbaarheid (’als het zo wankelt in je hart dat je jankt’) zet hij toch vaak nog een extra stap naar het suggestieve. Zo wordt een treinreis per intercity een positief geladen verbond tussen passagiers: ,,We zijn nu samen tussen steden / delen snelheid en verlangen / naar een plaats van bestemming / en zwijgen, zwijgen voor het onverwachte’’.
Ook het kadergedicht ’Stilleven’ maakt van het iedereen wel bekende, irritante wachten bij tandarts, stoplichten, enzovoorts, een soort geestelijke ’reis’ naar donkere dingen en zelfs ’het vormloze’, wat je van een anekdotische, vrij traditionele dichter toch niet onmiddellijk zou verwachten. Maar de ’tik van de taal’ kan zulke wonderlijk gemengde berichten hoog boven hun aanleiding doen uitstijgen. En dan heb je poëzie.

Stilleven

Als je moet wachten – er zijn zoveel kamers
het huis van god de praktijk van de tandarts

luchthavens bruggen stoplichten
neem de tijd om de donkere dingen te bekijken

vlekken rare hoeken vreemde constructies
kleuren die een schilder nooit zou gebruiken

en hoed je voor het voltooide geef je over
aan het vormloze – je moet toch wachten.

Rien Vroegindeweij: Gemengde berichten. Nieuw Amsterdam Uitgevers. ISBN 9046801624; 56 blz. € 14,90

© Peter de Boer

Saturday, November 25, 2006

Het alledaagse revisited

door Hans Raphaël Bouman
www.derecensent.nl

Dat op Gemengde berichten vier jaren gewacht moest worden, had iedereen kunnen weten die bekend is met het productieritme van Rien Vroegindeweij. De afgelopen drie decennia verscheen er van deze Rotterdamse dichter om de drie à vier jaar een bundel. Ons geduld is beloond.
Vroegindeweij’s bundels kennen allen een vaste indeling. De gedichten zijn gegroepeerd in vier of vijf hoofdstukken, die sterk verschillen in stijl en inhoud. Dit verschil is zo groot, dat de titel van zijn nieuwe bundel wellicht gezien kan worden als een verwijzing naar die diversiteit. Ook in Gemengde berichten is de thematiek divers. Vroegindeweij behandelt onderwerpen als de eindigheid en het ontdekken van schoonheid in het alledaagse. Zo stelt ‘Stilleven’:

Als je moet wachten – er zijn zoveel kamers
het huis van god de praktijk van de tandarts
luchthavens bruggen stoplichten
neem de tijd om de donkere dingen te bekijken
vlekken rare hoeken vreemde constructies
kleuren die een schilder nooit zou gebruiken


Terwijl ‘III’ uit het hoofdstuk ‘Toen de dijken braken’ zowel qua stijl als inhoud verhalend is:

De jongen wachtte op de dingen die komen zouden.
Zijn vader zette de kachel op tafel, zijn moeder
bracht huisraad naar boven. Toen begon het wachten.


Toch is Vroegindeweij geen dichter die vele stijlen hanteert omdat het hem zelf aan een eigen stijl ontbreekt. Juist de afwisseling in stijl en inhoud maakt zijn werk zo uitzonderlijk en verrassend. Vroegindeweij’s gevarieerde stijlpalet blijkt bijvoorbeeld uit een aantal ‘natuurgedichten’. Evenals in de vorige bundel staan in Gemengde berichten gedichten die beginnen als de schets van een landschap. Maar net wanneer de beschrijving ‘aquarellerig’ dreigt te worden, vestigt hij de aandacht op de beleving en het bewustzijn van de toeschouwer, aan wie dit tafereel zich ontrolt. Zulke ‘diepere gronden’ vallen te ontdekken in de ‘stille wateren’ van een gedicht als ‘Kreken’ uit het hoofdstuk ‘De eilanden revisited’:

Kreken – schaduwmagazijn
broedplaats voor de tafeleend
het ijsvogeltje, het visdiefje.
’s Nachts kruipen de glasaaltjes
uit Sargossa binnen de oevers
volgroeien tot vetlippige palingen.
Kreken – stiefwateren van de zee
spiegelen de ommelanden
voor wie niets omhanden heeft.


Vanwege het klankrijm was deze conclusie je bijna ontglipt, zoals de weerspiegelde ommelanden iedereen ontgaan die wél veel om handen heeft. Dat er bij Vroegindeweij nooit staat wat er staat, geven deze twee regels uit ‘Gouaches’ aan:

De overkant een streep
groen maar welk groen.


Vroegindeweij weeft in zijn gedichten beelden en gedachtes door elkaar. Dat brengt het gevoel teweeg dat jij het zelf bent die uit de gedichten haalt wat deze zouden kunnen bevatten. Ook een gedicht als ‘Afdak’ (p.9) bewerkstelligt dit. Zoals in veel van zijn gedichten is ook in ‘Afdak’ stukken straattaal verweven. Bijna de flarden tekst die je op kunt vangen in een volle treincoupé. Met een gevoel van herkenning lees je: ‘Wat is arm?/ Ik klaag niet. Afrika is arm, in Afrika/ sterven de mensen bij bosjes’. Maar die doodgewone zinnen volgen in het gedicht wel op de veelbetekenender regels: ‘Als je arm bent woon je in de gaten en kieren/ die de geldstroom achterlaten.’ Deze onaangekondigde overgangen dwingen je ertoe zelf de waarde en de waarheid van de verschillende zinnen te bepalen. Want direct na de boodschap dat in Afrika mensen bij bosjes sterven, volgt de wrange, droogkomische constatering: ‘Voor tienduizend dollar kan je een leeuw omleggen/ een antilope voor de helft.’
Dat Vroegindeweij er ook geen geheim van maakt dat de diverse stijlen deels bij andere dichters afkomstig zijn, blijkt uit enkele gedichten die het hoofdstuk ‘Rotterdamse elegie’ uitmaken. Deze gedichten verschenen eerder al in poëziemagazine Pa§ionate ter gelegenheid van een special over Jules Deelder. Vroegindeweij laat er roemruchte Rotterdammers als Waskowsky, Vaandrager en Deelder in figureren. In ‘(F)’ becommentarieert hij bijvoorbeeld de tijd die hij wellicht met hen gedeeld heeft. Hij doet dat in een stijl waar hun voorliefde voor spreektaal, fragmentatie en de readymade uit naar voren komt:

o die winkel
poëziewinkel hoe verzin je’t
had ik nooit aan moeten beginnen
als je alles van tevoren wist
riekus? driekusman met hasjiesj
arie liep op blote voeten in een pak van armani
vaandeldrager van de avant-garde
sloeg de ruiten in


En ook in ‘(G)’:

blijf je stil, blijf je stilstaan
de mooie woorden zijn van later datum
van voorlichters
van glazen torens geblazen
dat platgeslagen woord skyline
laat-ie fijn zijn


Rien Vroegindeweij toont zich in Gemengde berichten opnieuw een liefhebber van het alledaagse. En het is misschien ook wel om die reden dat het hem lukt diverse stijlen te hanteren, zonder nodeloos te parafraseren. Vroegindeweij lijkt deze stijlen en uitingsvormen op te vatten als onderdeel van de eindeloze stroom taaluitingen waar wij dagelijks mee te maken hebben. Enerzijds laat hij zijn gedichten zodoende vaak beginnen bij die gedeelde realiteit. Anderzijds eindigen zijn gedichten zelden zonder impliciete verwijzingen naar de gedachte dat er misschien helemaal niet, of in ieder geval niet zomaar, één gedeelde werkelijkheid bestaat.

Het jongetje dat langs de rand staat en kijkt

Rien Vroegindeweij - Gemengde Berichten
door Lies Van Gasse
21 november 2006 www.8weekly.nl


Een kopje koffie, het ochtendnieuws, een onverwacht bezoek van een oude vriend; veel is er niet nodig om een onverhoedse mijmering te veroorzaken. We hebben vaak de neiging om op zoek te gaan naar spectaculaire wendingen en wereldschokkende voorvallen, maar sommige dichters gaan liever op zoek naar eenvoud, in dansende versvoeten verpakt. Zo’n dichter is Rien Vroegindeweij. Zijn verhalen zijn klein, maar groot genoeg voor een gedicht.
Opvallend aan zijn Gemengde berichten is de aandacht die Vroegindeweij schenkt aan schijnbaar sentimentele gevoelens en in andermans ogen te verwaarlozen anekdotiek. Zo gaat het in zijn verzen over verloren vrienden, foto's in de gang, in de haast afgebroken telefoongesprekken en busreizen naar het onbekende. Hij heeft het over vroeger, over hoe zijn gedichten mededelingen zijn over hoe het met hem gaat. Zijn gedichten zijn snapshots van zijn directe omgeving, sfeerbeelden van een persoonlijk leven. Zijn decor schrijft hij uit met een voelbaar plezier en met af en toe de nodige zin voor ironie.
Gevaarlijk wordt het pas wanneer Vroegindeweij ook grote waarheden wil verkondigen. De gedichten gaan wringen wanneer hij er God, Gorter of Willem De Kooning bij haalt, wanneer hij verwijzingen gebruikt die wel humoristisch zijn, maar tegelijkertijd ook de kracht van zijn minuscule universum breken.
Toen de dijken doorbraken
Het mooiste, en volgens mij ook het voor Vroegindeweij meest tekenende gedeelte van de bundel, is de cyclus toen de dijkenbraken. Hier vertelt hij in vijf gedichten het verhaal van een dijkbreuk. Het hoofdpersonage in zijn relaas is een klein jongetje, dat de hele ramp meemaakt, zonder een idee te hebben wat er in feite gebeurt. Het is een tamelijk autistisch standpunt.

De jongen wachtte op de dingen die komen zouden.
Zijn vader zette de kachel op tafel, zijn moeder
bracht huisraad naar boven. Toen begon het wachten.
Het wachten op het water. Het kwam als een groot grijs
monster dat zich breed uitrolde over het bouwterrein
over het braakland naar het huis waar hij woonde.
Hij hoorde de kelder vollopen, de deuren kraakten
het monster steeg hoger en hoger, kwam de trap op.
Hij was bang. Zijn vader mat hoe hoog het kwam.

In deze verzen laat Vroegindeweij zien wat tegelijkertijd zijn sterkte en zijn zwakte is. Hij doet futiele mededelingen in oude dichtvormen als kwatrijnen en sonnetten en als het water breekt laat hij dat over die vormelijke logica heenrollen als een niet in toom te houden beest. Hij doet een klein relaas van grote dingen, gebruikt kleine, ongevaarlijke woorden voor iets dat eigenlijk te groot voor woorden is. Aan de literaire wereld doet hij in dezelfde beweging een mededeling die wellicht onthaald zal worden als een Gemengd bericht: dat hij de dichter ziet als het jongetje dat aan de rand gaat staan en kijkt.

Monday, March 21, 2005

Rotterdamse geschiedenis

Op vrijdag 18 maart 2005, om 17.30 uur, mocht ik onder grote belangstelling in Boekhandel Voorheen van Gennep in Rotterdam uit handen van de auteur en samensteller Jan Oudenaarden het eerste exemplaar van De Rotterdamse geschiedenis - in meer dan 100 verhalen in ontvangst nemen. Dat beviel zo goed dat ik van plan ben om me volgend jaar voor burgemeester van Rotterdam verkiesbaar te stellen - want burgemeesters krijgen altijd veel eerste exemplaren.

Sunday, February 13, 2005

Poëtisch Rotterdam

Flaptekst: "In Poëtisch Rotterdam brengen 31 dichters deze wereldstad in kaart met nieuwe gedichten. Iedere dichter koos een plek in de stad. () Dichter Daniël Dee schreef de verbindende tekst en neemt u mee langs vergeten hoeken en onbekende stegen. Trek stevige wandelschoenen aan, want u bent een kleine 4 uur onderweg." In de boekhandel of bij www.kleineuil.nl.

Ik koos o.a. voor de Coolsingel, de hoofdstraat van de wereldstad, die je nooit in de lengte afloopt, maar altijd ergens oversteekt.

Coolsingel

Je valt er binnen uit een zijstraat,
- van kop noch staart wil je weten,
want zelden dat je van begin tot einde gaat:
de massa stroomt hier in de breedte.

De etalages schreeuwen: grijp je kans!
Je passen worden geteld en afgedragen
aan een kassa waarop in trance
de toetsen crescendo worden aangeslagen.

Je kan er trouwen maar niet wonen.
Er is geen huis met een tafel en een bed.
Wel duizenden kantoren met bureaus

waaraan de trouwe klerken tronen
van G.K van Hoogendorp's grondwet,
die voor den vrijen handel koos.

Friday, February 11, 2005

De verwoeste stad

Ook pas verschenen 'De verwoeste stad'1953 -2003". In het voorjaar van 2003 schreef ik in opdracht van Internationale Beelden Collectie-CBK in 8 korte essays het ontstaan en de geschiedenis van het beroemde beeld van Ossip Zadkine Monument pour une ville detruite. Het is, al zeg ik het zelf, een prachtig boekje geworden, geïllustreerd met foto's van Raphaël Lachaud, voorbeeldig vormgegeven door Verhey Associates. Bestellingen zijn welkom (prijs € 15,- + verzendkosten). In 'artikelen'is Hoofdstuk 7 te lezen.

De dronken boot

Ik vergat hier steeds te vermelden dat in september vorig jaar mijn vertaling van ‘De dronken boot’ en ‘Een seizoen in de hel’ van Arthur Rimbaud in één band bij Uitgeverij Douane is verschenen. U kunt het boekje in een beperkt aantal boekwinkels kopen, bij mij bestellen (prijs: € 10,- + ev verzendkosten) of bij www.uitgeverijdouane.nl. In ‘gedichten’ vindt u het begin van De dronken boot, in ‘artikelen’ een verhaal over Rimbaud en vertalen.

Tuesday, February 01, 2005

Voorleesbijbel

De voorleesbijbel is af. Ik heb een stuk gelezen uit het (katholieke) boek van Jezus Sirach. "Een dwaas spreekt voordat hij denkt,een wijze denkt voordat hij spreekt." Zie www.voorleesbijbel.nl (ik weet nog niet hoe ik hier een link van kan maken) en kijk bij index.

Sunday, January 23, 2005

De Aanschouw

In de week van vrijdag 21 januari 20.30 uur tot vrijdag 28 januari 19.30 uur exposeer ik een ‘ding’ (hoe moet je het noemen, object, collage, assemblage, ready made?) in Galerie de Aanschouw, een vitrine aan de voorgevel van café De Schouw (voorheen The Newspub) in de Witte de Withstraat. Zie www.aanschouw.nl of ga even kijken als je nog op tijd bent. Het is heel mooi.